Naast de algemene uitkering via het Gemeentefonds heeft de gemeente inkomsten uit lokale heffingen. Deze lokale heffingen kunnen in drie categorieën worden ingedeeld:
Belastingen
Belasting opbrengsten komen toe aan de algemene middelen. In Oegstgeest kennen we:
• Onroerende zaakbelasting;
• Hondenbelasting;
• Precariobelasting;
• Toeristenbelasting.
Bestemmingsheffingen
Heffingen die bestemd zijn voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang.
De huidige bestemmingsheffingen zijn:
• Afvalstoffenheffing
• Rioolheffing
Leges
Leges worden betaald voor specifieke diensten die een individueel belang dienen.
De huidige leges zijn:
• Hoofdstuk 1 Leges: Algemene dienstverlening
• Hoofdstuk 2 Leges: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
• Hoofdstuk 3 Leges: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2
De belastingen en de bestemmingsheffingen worden geheven door de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Met de BSGR zijn afspraken vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Beleidsmatige zaken voert de gemeente zelf uit, zoals het opstellen van de belastingverordeningen en het vaststellen van de tarieven. De uitvoering ligt bij de BSGR. De afhandeling van bezwaarschriften en de kwijtscheldingsregeling zijn eveneens bij de BSGR belegd. Met de BSGR wordt regelmatig overleg gevoerd.
De gemeente Oegstgeest heeft ook een Bedrijven investeringszone (BIZ). De BIZ-bijdrage is een financieringsinstrument voor het ondernemersfonds. Na vaststelling door de gemeente van het plan en het in rekening te brengen bedrag int de BSGR de BIZ-gelden bij de ondernemers. De opbrengsten worden na ontvangst minus de kosten naar de BIZ-vereniging overgemaakt.
Deze paragraaf Lokale Heffingen is als volgt opgezet:
Lokale lastendruk en vergelijking
Opbrengsten
WOZ-maatstaf
Kwijtscheldingen
Kostendekkendheid
De lokale lastendruk wordt uitgedrukt in de gemiddelde woonlasten van de huishoudens. Hierin worden de lasten van de onroerende zaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing meegenomen. In de onderstaande tabel is een verdeling gemaakt van de eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens. De heffingen (en daarmee de lokale lasten) worden berekend aan de hand van de WOZ-waarde van de woning en het aantal bewoners. Het landelijk gemiddelde met betrekking tot de WOZ-waarde van koopwoningen op peildatum van 1-1-2025 bedraagt € 473.000 (bron CBS). In het jaar daarvoor bedroeg deze € 453.000.
De gemiddelde WOZ-waarde eigenaren woningen in Oegstgeest bedraagt € 684.000. De gemeente Oegstgeest is qua gemiddelde lastendruk voor een meerpersoonshuishouden één van de duurdere gemeente in de regio, zoals blijkt uit de onderstaande tabel.
Eigenaar bewoner 2024 | Eigenaar bewoner 2025 | Eigenaar bewoner 2024 | Eigenaar bewoner 2025 | |
|---|---|---|---|---|
Gemeente (bron Coelo 2025) | 1 pers h | 1 pers h | meerpers h | meerpers h |
Teylingen | €896 | €951 | € 1.051 | € 1.112 |
Katwijk | € 964 | € 1.047 | € 1.080 | € 1.188 |
Noordwijk | € 988 | € 1.032 | € 1.148 | € 1.208 |
Zoeterwoude | € 1.156 | € 1.195 | € 1.176 | € 1.214 |
Leiderdorp | € 1.026 | € 1.115 | € 1.230 | € 1.336 |
Gouda | € 1.270 | € 1.354 | € 1.296 | € 1.380 |
Bodegraven Reeuwijk | € 1.232 | € 1.353 | € 1.353 | € 1.435 |
Leiden | € 984 | € 1.033 | € 1.324 | € 1.322 |
Oegstgeest | € 1.313 | € 1.398 | € 1.502 | € 1.606 |
Voorschoten | € 1.388 | € 1.441 | € 1.481 | € 1.539 |
Wassenaar | € 1.401 | € 1.589 | € 1.633 | € 1.842 |
Gemiddeld in Zuid-Holland | € 944 | € 991 | € 1..038 | € 1..090 |
Gemiddeld in Nederland | € 911 | € 964 | € 994 | € 1.053 |
Hieronder worden de opbrengsten van de diverse heffingen over het boekjaar 2025 verantwoord.
NB: in de onderstaande tabel zijn de begrote bedragen 2025 na wijziging opgenomen. In de tabellen onder paragraaf "5. Kostendekkendheid berekeningen" betreft het de oorspronkelijk begrote bedragen (zie de programmabegroting 2025-2028), daardoor kunnen de bedragen afwijken.
De hieronder opgenomen "Leges Dienstverlening (Hoofdstukken 1 en 3)" bestaan uit secretarieleges, leges APV en leges volkshuisvesting. Leges "Omgevingsvergunningen (Hoofdstuk 2)" bestaan uit bouwleges. Een overzicht van de opbrengsten over de afgelopen drie jaren en de begroting 2025 na wijziging geeft het volgende beeld:
Heffingen (bedragen x € 1.000) | Rekening 2023 | Rekening 2024 | Begroting 2025 na wijzigingen | Rekening 2025 | Verschil 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
OZB woningen | 6.793 | 8.151 | 8.432 | 8.420 | -12 |
OZB niet-woningen | 3.409 | 3.391 | 3.699 | 3.719 | 20 |
Rioolheffing | 2.665 | 2.790 | 3.222 | 3.305 | 82 |
Afvalstoffenheffing | 3.734 | 4.086 | 4.500 | 4.480 | -20 |
Toeristenbelasting | 392 | 511 | 517 | 518 | 1 |
Hondenbelasting | 141 | 143 | 142 | 144 | 2 |
Precariobelasting | 38 | 9 | 45 | 33 | -12 |
Leges Dienstverlening (Titel 1 en 3) | 580 | 810 | 624 | 664 | 40 |
Leges Omgevingsvergunningen (Titel 2) | 2.828 | 3.661 | 497 | 400 | -97 |
Bedrijveninvesteringszones | 50 | -4 | 0 | 45 | 45 |
Totaal | 20.631 | 23.549 | 21.679 | 21.729 | 50 |
Hieronder zijn de afwijkingen tussen de begrote opbrengsten uit de actuele begroting en de gerealiseerde opbrengsten groter/kleiner dan € 50.000 toegelicht:
Rioolheffing: De gerealiseerde opbrengsten liggen € 82.000 hoger dan begroot. Deze positieve afwijking wordt voornamelijk verklaard door de ontvangst van heffingen die betrekking hebben op voorgaande jaren.
Leges Omgevingsvergunningen (Titel 2): De opbrengsten uit bouwleges blijven achter bij de begroting. Dit wordt veroorzaakt door een lager aantal ingediende aanvragen voor bouwactiviteiten dan vooraf geraamd.
Binnen de algemene uitkering wordt rekening gehouden met een korting die wordt bepaald op basis van de omvang van de WOZ-waarde in de gemeente, de WOZ-maatstaf. Voor het jaar 2025 bedraagt deze korting € 7.021.000. De werkelijke opbrengsten voor woningen en niet woningen zijn bij elkaar € 12.140.000. Het kortingspercentage stijgt naar 57,8% (was 56,10% in de rekening 2024).
Bedragen x € 1.000 | Begroting 2024 | Rekening 2024 | Begroting 2025 | Rekening 2025 |
|---|---|---|---|---|
Totaal OZB | 11.650 | 11.542 | 12.131 | 12.140 |
Korting algemene uitkering | - | 6.479 | 7.021 | |
Kortingspercentage | - | 56,1% | 57,8% |
Minder draagkrachtigen in de gemeente kunnen op verzoek voor de belastingsoorten onroerendezaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing en hondenbelasting kwijtschelding aanvragen. In 2025 heeft de BSGR, namens de gemeente, aan 404 belastingplichtigen (in 2024 aan 425 belastingplichtigen) kwijtschelding verleend voor een bedrag van € 231.302 (in 2024 € 224.712).
De bestemmingsheffingen en de retributies mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Als aan het einde van een kalenderjaar blijkt dat toch een meeropbrengst is gerealiseerd, wordt in principe dit voor egalisatie in de toekomst in een voorziening of bestemmingsreserve worden gestort. Bij elk onderdeel is een toelichting gegeven voor de verschillen met de kostendekkendheid berekening in de begroting 2025.
Rioolheffing
De rioolheffing dekt de kosten van het beheren van het riool. Voor het tarief geldt het streven naar 97,4% kostendekkendheid met een onttrekking aan de voorziening riolering derde van 2,6%. In totaal zijn er €7.000 (V) minder kosten dan initieel begroot.
Er zijn minder kapitaallasten voor de rioolinvesteringen geweest dan initieel begroot voor een bedrag van € 33.000 (V). Daarnaast waren er lagere kosten voor reiniging en inspectie van het riool van € 48.000 (V). Daartegenover staan hogere kosten van € 76.000 (N) voor reparaties aan de riolering. Verder is ook meer overheadkosten dan begroot € 95.000 (N). Ook is er meer rioolheffing ontvangen voor een bedrag van €177.000 (V) dan initieel begroot. Door deze verschillen is de kostendekkendheid bij realisatie 103,1% geworden. Het overschot is gestort in de voorziening riolering derden. Hierdoor kan dit in de komende jaren terug kan worden gegeven aan de inwoners door een lager tarief voor de rioolheffing te hanteren. Het kan ook gebruikt worden om onverwacht hogere uitgaven aan de riooltaak mee te compenseren zonder dat dit effect heeft op het tarief voor de rioolheffing.
Kostendekkendheid Rioolheffing | Begroting 2025 | Rekening 2025 | Verschil |
|---|---|---|---|
Kosten taakveld Riool | € 2.642 | € 2.577 | -€ 65 |
Opbrengsten exclusief opbrengst heffing | -€ 3 | -€ 19 | -€ 16 |
Netto kosten taakveld Riool | € 2.639 | € 2.558 | -€ 81 |
Toe te rekenen Kosten: | |||
Overhead inclusief (omslag)rente | € 204 | € 301 | € 97 |
BTW | € 368 | € 345 | -€ 23 |
Totaal toe te rekenen kosten | € 572 | € 646 | € 74 |
Totaal kosten | € 3.211 | € 3.204 | -€ 7 |
Heffingsopbrengst | |||
Rioolheffing | € 3.127 | € 3.305 | € 177 |
Heffingsopbrengst | € 3.127 | € 3.305 | € 177 |
Kostendekkendheid: | 97,4% | 103,1% | 5,7% |
Onttrekking uit bestemmingsreserve Riolering | € 84 | -€ 101 | -€ 184 |
Gecorrigeerde opbrengst heffing | € 3.211 | € 3.204 | -€ 7 |
Gecorrigeerde kostendekkendheid | 100% | 100% | 100% |
Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing dekt de kosten van de het beheren van het afval. Voor het tarief geldt het streven naar 99,0% kostendekkendheid met een onttrekking aan de voorziening afvalstoffenheffing derden van 1,0%. In totaal zijn er € 6.000 (N) meer kosten gemaakt dan initieel begroot. De opbrengsten exclusief heffingopbrengsten waren € 148.000 (V) hogerdan begroot. Dit kwam door eindafrekening van de subsidie zwerfafval 2023 /2024 voor een bedrag van € 107.000 (V) en meer opbrengsten voor ingeleverde, herbruikbare materialen voor € 38.000 (V).
Daarnaast is er € 107.000 (N) minder aan afvalstoffenheffing ontvangen dan initieel begroot. Door deze verschillen is de kostendekkendheid bij realisatie 103,90% geworden. Het overschot is gestort in de voorziening afvalstoffenheffing derden, zodat dit in de komende jaren terug kan worden geven aan de inwoners door middel van een lager afvalstoffenheffing tarief te hanteren dan nodig.
Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing | Begroting 2025 | Jaarrekening 2025 | Verschil |
|---|---|---|---|
Kosten taakveld Afval | € 3.772 | € 3.604 | -€ 168 |
Opbrengsten exclusief opbrengst heffing | -€ 118 | -€ 266 | -€ 148 |
Netto kosten taakveld Afval | € 3.654 | € 3.338 | -€ 316 |
Toe te rekenen Kosten: | |||
Overhead inclusief (omslag)rente | € 327 | € 386 | € 59 |
BTW | € 652 | € 587 | -€ 65 |
Totaal toe te rekenen kosten | € 980 | € 974 | -€ 6 |
Totaal kosten | € 4.633 | € 4.311 | -€ 322 |
Heffingsopbrengst | |||
Afvalstoffenheffing | € 4.587 | € 4.480 | -€ 107 |
Heffingsopbrengst | € 4.587 | € 4.480 | -€ 107 |
Kostendekkendheid: | 99,0% | 103,9% | 4,9% |
Mutatie Voorziening afvalstoffenheffing derden | € 46 | -€ 168 | -€ 215 |
Gecorrigeerde opbrengst heffing | € 4.633 | € 4.311 | -€ 322 |
Gecorrigeerde kostendekkendheid | 100% | 100% | 100% |
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Leges Hoofdstuk 1 betreft de algemene dienstverlening van Burgerzaken, inclusief de dienstverlening die onder de Europese richtlijn valt.
De kostendekkendheid binnen hoofdstuk 1 – Algemene dienstverlening bedraagt 79,93% en ligt daarmee onder de geraamde 92,09%. De legesopbrengsten zijn lager dan de kosten. Burgerlijke stand en verstrekkingen i.h.k.v. de basisregistratie personen kennen een relatief lage kostendekkendheid. Binnen bijzondere wetten is sprake van een kostendekkendheid van 166,68%.
Begroting 2025 | Rekening 2025 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Onderwerp legesverordening | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid |
Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening | ||||||||||
Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand | € 22 | € 40 | € 25 | € 63 | 73% | € 23 | € 48 | € 57 | € 62 | 48,32% |
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart | € 141 | € 95 | € 58 | € 298 | 101% | € 225 | € 113 | € 133 | € 387 | 82,16% |
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen | € 31 | € 45 | € 27 | € 104 | 101% | € 38 | € 39 | € 46 | € 95 | 76,95% |
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen | € - | € 12 | € 8 | € 16 | 80% | € 4 | € 9 | € 11 | € 13 | 53,86% |
Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken | ||||||||||
Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie | ||||||||||
Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken | € 12 | € 4 | € 2 | € 9 | 49% | € 5 | € 4 | € 5 | € 10 | 67,84% |
Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief | € 1 | € 1 | € 1 | 73,40% | ||||||
Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten | € 9 | € 18 | € 11 | € 28 | 75% | € 8 | € 19 | € 22 | € 81 | 166,68% |
Paragraaf 1.10 - Diversen | € 6 | € 1 | € 1 | € 4 | 50% | € 1 | € 1 | € 1 | € 2 | 65,93% |
Totaal hoofdstuk 1 | € 220 | € 215 | € 132 | € 522 | 92% | € 304 | € 235 | € 276 | € 651 | 79,93% |
Leges Hoofdstuk 2 Omgevingswet
De leges van Hoofdstuk 2 hebben betrekking op de verleende omgevingsvergunningen. De kostendekkendheid binnen hoofdstuk 2– Omgevingswet bedraagt 77,16% en ligt daarmee onder de geraamde 100%. De kostendekkendheid van activiteiten met betrekking tot bouwwerken(120,30% )zijn hoger dan begroot. Dit komt voornamelijk omdat de kosten lager zijn de opbrengsten.
Begroting 2025 | Rekening 2025 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Onderwerp legesverordening | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid |
Hoofdstuk 2 - Omgevingswet | ||||||||||
Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen | ||||||||||
Paragraaf 2.2 - Voorfase | € 47 | € 55 | € 10 | 10,02% | ||||||
Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken | € 215 | € 582 | € 358 | € 1.155 | 100,00% | € 44 | € 97 | € 113 | € 306 | 120,30% |
Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed | € 0 | € 1 | € 1 | 76,14% | ||||||
Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten | ||||||||||
Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten | ||||||||||
Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten | € 49 | € 58 | € 18 | 16,91% | ||||||
Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten | € 3 | € 3 | € 3 | 57,02% | ||||||
Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften | ||||||||||
Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid | ||||||||||
Paragraaf 2.11 - Overige tarieven | ||||||||||
Paragraaf 2.12 - Modaliteiten | € 46 | € 1 | € 1 | € 62 | 129,18% | |||||
Paragraaf 2.13 - Vermindering | € -1 | |||||||||
Paragraaf 2.14 - Teruggaaf | ||||||||||
Totaal hoofdstuk 2 | € 215 | € 582 | € 358 | € 1.155 | 100,00% | € 90 | € 197 | € 231 | € 400 | 77,16% |
Leges Hoofdstuk 3 Europese dienstrichtlijn
De kostendekkendheid binnen hoofdstuk 3– Europese dienstrichtlijn bedraagt 65,52% en ligt daarmee onder de geraamde 98%. De legesopbrengsten zijn lager dan de geraamde kosten.
Begroting 2025 | Rekening 2025 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Onderwerp legesverordening | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid |
Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn | ||||||||||
Paragraaf 3.1 - Horeca | € - | € 2 | € 2 | € 4 | 98% | € 2 | € 2 | € 3 | 73,57% | |
Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven | ||||||||||
Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet | € 0 | € 0 | € 0 | 35,56% | ||||||
Paragraaf 3.4 - Organiseren | € 4 | € 4 | € 4 | 52,85% | ||||||
Paragraaf 3.5 - Standplaatsen | € 0 | € 1 | € 1 | 90,62% | ||||||
Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 | ||||||||||
Paragraaf 3.7 - In dit | € 3 | € 4 | € 5 | 73,95% | ||||||
Totaal hoofdstuk 3 | € - | € 2 | € 2 | € 4 | 98% | € 10 | € 11 | € 14 | 65,52% | |
Begroting 2025 | Rekening 2025 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid | Directe kosten | Loonkosten | Overhead | Opbrengst | Kosten dekkendheid |
Kostendekking Hoofdstuk 1 | € 220 | € 215 | € 132 | € 522 | 92% | € 304 | € 235 | € 276 | € 651 | 79,93% |
Kostendekking Hoofdstuk 2 | € 215 | € 582 | € 358 | € 1.155 | 100% | € 90 | € 197 | € 231 | € 400 | 77,16% |
Kostendekking Hoofdstuk 3 | € - | € 2 | € 2 | € 4 | 98% | € 10 | € 11 | € 14 | 65,52% | |
Kostendekking totale tarieventabel | € 434 | € 799 | € 492 | € 1.680 | 97% | € 394 | € 441 | € 518 | € 1.064 | 78,65% |